Tegen landen, streken en hun bewoners

Zeeuwse ballade

Het Zwin bij Sluis is werkelijk een schitterende plek
Het brede strand bij Groede kan me altijd weer bekoren
Op Tholen tref ik menigmaal een fabuleuze stek
In Boerenhol en Hoek zul je van mij geen onmin horen
En op het Veerse meer sta ik vaak juichend op een dek
Of hang ik – zwaareuforisch – vol van vreugde in het want
Op al die plekken voel ik me fantastisch en te gek
Want Godzijdank ben ik dan niet op Schouwen-Duiveland

In Schapenbout zit ik soms uren vrolijk op een hek
Het zingen van de vogels daar is manna voor mijn oren
De polder bij Othene geeft me kriebels in mijn nek
In Hulst beklim ik jubelend de hoge klokketoren
Ik doe dat altijd in een korte broek en zomerjack:
Van elke hoek en straat weerschijnt het Zeeuwse zonnegloren
Ik ben er graag en zelden ben ik enkel een passant
En tijdens al mijn reizen tref ik nooit een Zeeuwse vrek
Want Godzijdank ben ik dan niet op Schouwen-Duiveland

De Westerschelde kabbelt en geen vrachtschip vaart er lek
De Deltawerken maken heel dit prachtgebied herboren
Het water is er kerig en de dammen zijn er strek
En aan de oevers kun je fijne streekproducten scoren
Ik noem hier specifiek het veelgeprezen Zeeuwse Spek
Dat eet ik graag in Zoutelande aan de waterkant
Ik eet er vele kilo’s maar krijg nooit een klepgebrek
Want Godzijdank ben ik dan niet op Schouwen-Duiveland

Prinsheerlijk is het leven en al ga ik ooit verloren
Of steken woeste Vikinghorden mijn chalet in brand
Of sterf ik op een stedentrip, het zal me echt niet storen
Want Godzijdank ben ik dan niet op Schouwen-Duiveland

Peter Knipmeijer

Tegen landen, streken en hun bewoners

“O brij-moeras, o erf van overschoenen”

O brij-moeras, o erf van overschoenen,
o Bartje, Ketelbinkie, Frits van Egters,
o anonieme rietenmattenvlechters,
o Nederland, jij bent mijn kampioen en

zo lusten we er nog heus nog wel een paar:
o natte kranten, friet en frikandellen,
o oude Candy’s die mijn hart versnellen,
o spruitjes (heel tot snot gekookt zo gaar).

Nou, u begrijpt zo wel wat ik bedoel,
dit land is een en al gezelligheid,
het is hier alle dagen altijd zo’n

gezelli toffe leuke gave boel
van koeien, varkens, Brahman zonder meid,
van kikkers, baggerlui en moddergoôn.

Bas Jongenelen

Tegen landen, streken en hun bewoners

Abcoude-Noord

O, klotedorp, o ranzig kutgehucht
Verzameling van ex-provincialen
Dat steunt op grote bek en rotte palen
En ligt te meuren in gebakken lucht

Uw ego is voor ons een grote klucht
Geen wereldnieuws waarnaar wij allen talen
U denkt dat elke ruft de krant moet halen
En poept maar uit wat u niet walmend zucht

U staart u kwijlend blind, dat is de pest
Voorbij uw grenzen gonst het van het leven
En bent u op zijn minst niet echt geliefd

Is er iets hip vandaag, ja? Dat zal best
De grachtengordel zal weer soppend beven
Maar hou dat lekker voor u, alstublieft

Peter Knipmeijer

Tegen landen, streken en hun bewoners

Mooi Emmen

soms is mijn enthousiasme niet te remmen
dan denk ik over alles positief
is zelfs de grauwe lelijkheid mij lief
en mijn humeur door niemand te ontstemmen

zo’n mooie dag, geen voetangels en klemmen
de wereld lacht, geen mens is agressief
ik spin van blijdschap en van puur gerief
en zeg met trots hoe ik geniet van … Emmen

de dokter kijkt mij onderzoekend aan
een zweem van deernis in vermoeide ogen
dan grijpt hij onvermurwbaar naar een spuit

‘meneer, het blijkt niet goed met u te gaan
er schort beslist iets aan uw denkvermogen
rust u nu maar een dagje lekker uit’

Daan de Ligt

In memoriam Daan de Ligt
Daan droeg meerdere gedichten bij aan weblog De Valse Noot/HekelVers. Vooral de Drenten en de Zeeuwen moesten het bij hem ontgelden. Op 22 augustus 2016 is hij overleden. Wij gedenken deze vriendelijke hekelaar in dankbaarheid. 

Tegen landen, streken en hun bewoners

Utrecht

Ik zou zo graag nog eens verklaren
dat ik Utrecht zo geweldig vind.
Dat ik haar altijd heb bemind
en nog meer liefheb met de jaren.

Dat ik droom doelloos uit het raam te staren
op de Oudegracht waar een huilend kind
met tranen ook niet kan verklaren
wat het is dat mij aan deze stad niet zint.

Ik zou haar zo graag als iets moois bewaren
om als een tevreden kat in slaap gespind
ook trots te zijn op haar lange spoorweglint
maar het wordt nooit Leiden langs de Mare
het is tijd om Utrecht onbewoonbaar te verklaren.

Martin M Aart de Jong

Tegen landen, streken en hun bewoners

Zeeland – Den Haag: 1 – 1

Deltaplan

Waarom, o Heer, heeft U niet ingegrepen?
Want zelden zag ik zo’n rampzalig plan.
Het land liep onder water? Jammer dan!
Veel liever dan de Zeeuwen zie ik schepen.

De vrekken die met Bløf en bolus dwepen,
die zielen uit de saaiste streekroman,
ik gun ze wel een lot als kikvorsman,
dus laat Uw toorn het Scheldewater zwepen.

Een springvloed en de krachtigste orkaan,
zij kunnen duin en stormvloedkering wissen.
U bent toch ook de schepper van de vissen?
Het mooiste zeeland is een oceaan.

Daan de Ligt

Antwoord uit Zeeland

Ik kreeg nog liever zweren in mijn maag,
liet mij door de belastingdienst bestelen
of miste allerhande lichaamsdelen,
dan ooit te moeten wonen in Den Haag.

Ik schoor mij liever met een kettingzaag
of liet me pijnlijk door Al Qaida kelen,
stond liever diep in ‘t krijt bij criminelen,
dan ooit te moeten wonen in Den Haag.

Veel liever zou ik nimmer drank meer velen
of in mijn aars hemorroïden telen,
had ik een druiper of een Spaanse kraag.

Ik hoor nog liever André Hazes kwelen,
Van Vollenhoven vals pianospelen,
dan ooit te moeten wonen in Den Haag.

Aaike Jordans

Tegen landen, streken en hun bewoners

Rondeel voor (en over) Amsterdammers

Het schijnt er maar niet door te willen dringen
De zeventiende eeuw is echt voorbij
De glorie en grandeur van toen vergingen
Een pijnlijke en lange valpartij

Het zijn nog slechts provinciestedelingen
Maar zonder een kalender volgens mij
Een dorp als Meppel lijkt nog meer te swingen
De zeventiende eeuw is echt voorbij

Wie laat ze eens een toontje lager zingen ?
Hun zelfbevlekking en hun spotternij
Zijn stuitend en van alle schaamte vrij
Het wil er maar niet ingaan in die kringen;
De zeventiende eeuw is echt voorbij

Frank Fabian van Keeren 

Tegen landen, streken en hun bewoners

Meldpunt

ze klitten in bedompte roversholen
en bezigen de liederlijkste taal
hun normbesef is nul of marginaal
ze dragen messen, erger zelfs … pistolen

ze slapen in de goten en riolen
ik noem hun trek naar hier catastrofaal
noem mij maar dom of rechts en radicaal
ik haat die lui als hondenpoep aan zolen

je ziet ze vaak in kroegen samenscholen
ze stelen en ze maken veel kabaal
zo’n meldpunt is voor burgers ideaal
door mij van ganser harte aanbevolen

ga maar terug, naar Walcheren of Tholen
die Zeeuwenoverlast is niet normaal

Daan de Ligt

Tegen landen, streken en hun bewoners

Wraak voor bekeuring in Utrecht

arm Utrecht, grauwe stad beneden middelmaat
waar een van God verlaten toren staat

een tergend, stervend centrum, bijna doodverklaard
de duivel loopt er traag een vloekend rondje om de kerk
je blinde schepper kreeg zijn loon op stinkend Galgenwaard

je bent de zweer en bochel van de Heuvelrug
vervuild museum van het lijden van de mensen
vol trieste stumpers die hun tranendal verwensen
zo onbeholpen, moedeloos en stug

een roestig knelpunt voor verdwaalde sleetse treinen
de reiziger blijft angstig, doch verstandig, steeds aan boord
hij wil beslist niet in jouw stadswoestijn verdwijnen
bevreesd voor enge ziektes en voor moord
die dreigen in de aardse hel van Catharijne

Daan de Ligt

Toelichting: dit gedicht is een Domsonnet, een versvorm bedacht door Nanne Nauta. De Domtoren is 112 meter hoog, verdeeld in 5 meter windvaan, 13 meter spits, 26 meter achtkant, 29 meter vierkant en 39 meter vierkant. Dit zie je terug in: 5 woorden in de titel, 13 woorden in 2 regels, 26 woorden in 3 regels, 29 woorden in 4 regels en 39 woorden in 5 regels.