Tegen poëzie en de literaire wereld

Prosodie?

Ik hou van metrum, rijm en harmonie
Sonnet, retour, octaaf of een kwatrijn
Ik voer ze linea recta aan mijn brein
Maar geef me nooit verbloemde poëzie

Ik word niet goed van vage woordenprak
En kwak die onzin in de vuilnisbak.

Hanny van Alphen

Tegen dichter X

Sonnet, aan den dichter J. van S.

Zo’n dichter doet mij door gedichten braken,
want waren ’t vruchten (pats! Een metafoor!)
dan noemde ik zijn hele fruitmand goor;
natuurlijk zoet zal dit sonnet weer smaken.

Neen, dat heeft met de inhoud niets te maken,
het gaat hier louter om het rijmen: hoor
je niet hoe ik in deze regels voor
prozaïsch toonloos kwaken weet te waken?

Ben jij nu zelf één van die snode snaken
die kreet op onberijmde kreet laat slaken
zodat je werk abject is aan het oor?

Behartig dan eens ongeschreven zaken,
of schreeuw vocaal je liefdes van de daken,
maar dicht om muzeswil niet langer door.

Ditmar D. Bakker

Tegen poëzie en de literaire wereld

Festina Lente

Ik weet het
ik ben een slecht verliezer

toch was het allesbehalve een matig optreden
ik slamde mij een poetry
dat het een lieve lust was
voor de zekerheid stond mijn vriend
backstage klaar om de jury
te pijpen

de jury viel wellicht niet op mijn vriend
de jury met twee donkerharige West-Friese boys
hun ruggen naar het podium
hetzij zonder draaistoel
noem ik ze toch Nick en Simon

een Kira Wuck, teder overeind gehouden
door welig verstopte wijnrekken
en de lieve Sven
die vast heel moe was
en daarom steeds
in coma sukkelde

ik slamde mij een poetry
dat het een lieve lust was
voor de zekerheid
stond ík dan maar backstage
klaar voor de jury

bleek Sven net door zijn vijfde Westmalle
Dubbel bevredigd
Nick en Simon
vonden mij te oud
en de pik van Kira
kon ik zo snel niet vinden

ondertussen
slamde ik me een poetry
dat het een lieve lust was
ik ging door naar
de tweede ronde

deed de jury zich in de finale
een mimende toneelspeler cadeau
kon ze eindelijk
vier minuten
ongestoord
doorslempen

slempte ze zich een poetry
dat het een lieve lust was

Wieke Hart

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Schokkend

Een crime wat er gebeurt in Groningen!
De bevingsschade woekert aan tot schande
die inwoners terecht doet knarsetanden:
hoe leef je in gestutte woningen?

Ik vrees dat Henkie Kamp pas wakker wordt
wanneer héél Groningen is ingestort!

Inge Boulonois

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Echo’s van Hamelen – of: een olijke fabel

Alles heeft een echo, alles – althans daar begint het
allemaal mee vandaag, deze degelijke fabel. Olijk

nietwaar? Nog lijkt er niets aan de hand daar
in dat verre land der lemmingen. Niemand die ergens

iets van zegt, dus de lemmingen verlustigen zich rustig
in de zon – biologisch allang weerlegd natuurlijk,

maar het klinkt verdomde lekker zo, die lanterfantende
lemmingen. Daar komt vanuit het blote niets

een lawaaipapegaai aangevlogen: type grote snavel,
kop met kuif (niet kaal – RvG), keurig in de veren.

Lemming – lemming, zegt hij en strijkt neer,
lemming – lemming, zegt hij weer. Hij heeft het maar

van horen zeggen, en doet conform zijn eigen ik
niets anders dan pro forma reproduceren van het laatste

bijgeleerde. En de lemmingen voelen zich lekker
aangesproken, roepen: meer – meer. Niet eerder was er

zo’n vogel die zoiets zo doeltreffend zei. Dus met
iedere lemming – lemming, komt er weer een lemming

bij. Lemma’s lemmingen drommen rondom de papegaai.
Eenparig, eendrachtig, eenvormig, eender, zoals

lemming en lemming eender zijn, en eendere genen eender.
Lawaaipapegaai, probeert er nog een die anders is;

een verspreking wellicht, of haperende lettergrepen.
Hij wordt terechtgewezen door de menigte, tot in het ravijn.

Lemming – lemming, klinkt het nog n-a-a-a-a. Het loopt uit
de hand. Hier helpt geen Fleming meer, geen Vlaming zelfs,

nochtans beterder (sic!) in taal. Er is geen woord hoger honing bij,
eerder kakofonieën langs de laagwei – gekloonde metaforen.

De lemmingen lemmen door als in een larmoyant koor,
terwijl de lawaaipapegaai lemmert tot het lemieren

van de dag. Dan is ook het woordenboek op. En op
vliegt de lawaaipapegaai en laat een mentale oplawaai

waaien over het leger nu compleet verweesde lemmingen.
Lemming, prevelt een lemming nog wat hees. En zet zich

enigszins bedremmeld in beweging. Een zelfgenererend
procédé, een processie zonder weerga, zodat de ene na

de andere lemming meebeweegt. Zij stamelen in eendere
stemming: lemming – lemming, en gaan hun voorganger na.

Rond het ravijn klinken de klanken nog verfijnder, daar
beneden horen zij talloze engelen lemming – lemming zingen.

De lemmingen dremmen door tot over de rand, verdrinken in
de opgeroepen deining van de zee, verminderen zienderogen.

En de lawaaipapegaai? Die doet niet meer mee, is allang
weer opgetogen van een volgend woord. Mensenkinderen!

Ruben van Gogh

Toelichting:
Gedicht uit Klein Oera Linda (Contact, 2006). Ruben van Gogh schreef het vóór 2003. Een tamelijk profetisch gedicht over de opkomst van het nieuwe populisme.

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

‘Ik hou niet van Max Havelaar-gemauw’

Ik hou niet van Max Havelaar-gemauw,
dus fair-trade kan me zeer gestolen worden.
Ja, gooi die zooi maar in de Noorse fjorden.
Heel graag, want (Hopla!) weg ermee en gauw.

Die Tony’s Chocolonely is te flauw
voor woorden. Lekker eten op de borden
(desnoods gemaakt door arme slavenhorden)
wil ik! En verder kijk ik niet zo nauw.

Het sprookje van Saïdjah en Adinda,
kijk, dát verhaal dat scoort bij mij een plus.
Ik krijg me toch een flinke trek van jouw

en mijn koloniaal verleden (Pinda!).
Ik hou van eerlijke producten, dus
laatst kocht ik bij de slager een karbouw…

Bas Jongenelen

Tegen een bepaald slag mensen

Overlast (of: Krabben helpt niet)

Troeltje
ze zouden jou moeten
Watergolven
danwel
Blauwspoelen

jij synthetische
weegeurende
Badspons!

Vormloze parasitaire
plastic Zwam!

Jij schuimt uit je nek
met
goedkope badgel

Knijp in jou
en het haalt niks uit,
krijg hooguit kleffe vingers.

Voodoo werkt niet want ja,
spelden in een
spons…
(En wat kan doodgaan dat nooit geleefd heeft?)

Een klont wezenloze levensvormen,
haal jou door een keukenzeef en
je klontert weer aaneen.

een saaie vampier
die
haast niet te verwijderen blijkt
en,
zo ja,
dan enge ziektes nalaat en
allergieën.

Krabben helpt niet.

 

Petra Fenijn

Toelichting: uit de serie “Naargeestige gedichten over afgrijselijke creaturen”