Tegen dichter X

Slampamper

de nieuwe lichting dichters zijn zo fris
de ene slammer na de ander spuwt zijn spinsels
over wonen in een wijk of het eeuwige gebeier
van de stad die bijna altijd sliep
van jonge meisjesliefdes voor konijntjes
en die jongen die die keer bij haar bleef slapen
en gepocheerde eieren bereidde
en hoe de kalfjes geboren en de koeien geschoren
en van de stad die bijna altijd sliep
de nieuwe lichting dichters zijn zo lekker eigenwijs
acht mensen praten hier over
43 vind-ik-leuks wink-emoticon
jij won toch die slam of kwam je net na hem
ja hem vond ik ook heel goed
heb je niet de publieksprijs dan
wtf maar jij bent sowieso beter
jeweettoch kus voor jou
zie ik je vanavond in de stad
of moet je morgen werken
afgestudeerd aan academie en nu
magazijn- en buurtsuperpersoneel
overdag zie je niet dat ze wachten
maar reken maar van yes
jonge mensjes zeggen dingen
in steden die altijd zullen blijven slapen
op die avonden in volle lokalen
waar ze opbieden tegen zichzelf
fijne jongelui met echt nog karakter
belezen, gladgeschoren, met knot
en spijkershort voorbij hun navel
doordachte images dragend
de erudiete nieuwe klasse
in hun leven is bijna alles een grapje
die nieuwe lichting dichters zijn zo fris
als happen uit een granny smith appel

Mannes Visch

Tegen dichter X

Helemaal niets

Ik ken een man -half of minder- die lyrisch schrijft.
Of ik denk dat ik hem ken. Hij is
een held die taal ombuigt. Meandert
in somsbegrepen zinnen, als geen ander
dicht.

Hoe hij zijn witregels vult is prachtig
onbegrepen. Was ik hem maar
dacht ik lang.

Hij vindt wat van me. Soms
ben ik provinciaal, een jutezak
gevuld met stro en bier en zaagsel,

een holhoofd. Wellicht
de sneuste meest trieste figuur ooit,
moet ik sterven als sneue zak.

Been there, done that.

Waarom ben ik geen

Flinke Zoutwaterkrokodil?
Verdronken hert?
Zeldzaam zeehondje!?
Utrechtse Grafkist!
Zaadblunder?
Russische Hack?
Moddermicroob?
Laadpaalklever?
Hardnekkige Darmbacterie?
Langste hangbrug van Duitsland?
Gaar stukje pompoen?
Weggestroomde stront?
Siberische poort naar de hel?
Genderneutrale alien?
Opblaasbare drijfkont?
Badderbips?
Vis zonder gezicht?
Tamelijk onbekende slak?

Liever sterf ik als ‘kroket van de maand’,
want dood gaan we allemaal toch wel,
dan aan iets -dichteronwaardigs-
als kankerkop.

Peter Knipmeijer

Toelichting: 

bijgedicht-peterk
24 mei 2017
Tegen poëzie en de literaire wereld

Prosodie?

Ik hou van metrum, rijm en harmonie
Sonnet, retour, octaaf of een kwatrijn
Ik voer ze linea recta aan mijn brein
Maar geef me nooit verbloemde poëzie

Ik word niet goed van vage woordenprak
En kwak die onzin in de vuilnisbak.

Hanny van Alphen

Tegen dichter X

Sonnet, aan den dichter J. van S.

Zo’n dichter doet mij door gedichten braken,
want waren ’t vruchten (pats! Een metafoor!)
dan noemde ik zijn hele fruitmand goor;
natuurlijk zoet zal dit sonnet weer smaken.

Neen, dat heeft met de inhoud niets te maken,
het gaat hier louter om het rijmen: hoor
je niet hoe ik in deze regels voor
prozaïsch toonloos kwaken weet te waken?

Ben jij nu zelf één van die snode snaken
die kreet op onberijmde kreet laat slaken
zodat je werk abject is aan het oor?

Behartig dan eens ongeschreven zaken,
of schreeuw vocaal je liefdes van de daken,
maar dicht om muzeswil niet langer door.

Ditmar D. Bakker

Tegen poëzie en de literaire wereld

Festina Lente

Ik weet het
ik ben een slecht verliezer

toch was het allesbehalve een matig optreden
ik slamde mij een poetry
dat het een lieve lust was
voor de zekerheid stond mijn vriend
backstage klaar om de jury
te pijpen

de jury viel wellicht niet op mijn vriend
de jury met twee donkerharige West-Friese boys
hun ruggen naar het podium
hetzij zonder draaistoel
noem ik ze toch Nick en Simon

een Kira Wuck, teder overeind gehouden
door welig verstopte wijnrekken
en de lieve Sven
die vast heel moe was
en daarom steeds
in coma sukkelde

ik slamde mij een poetry
dat het een lieve lust was
voor de zekerheid
stond ík dan maar backstage
klaar voor de jury

bleek Sven net door zijn vijfde Westmalle
Dubbel bevredigd
Nick en Simon
vonden mij te oud
en de pik van Kira
kon ik zo snel niet vinden

ondertussen
slamde ik me een poetry
dat het een lieve lust was
ik ging door naar
de tweede ronde

deed de jury zich in de finale
een mimende toneelspeler cadeau
kon ze eindelijk
vier minuten
ongestoord
doorslempen

slempte ze zich een poetry
dat het een lieve lust was

Wieke Hart

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Schokkend

Een crime wat er gebeurt in Groningen!
De bevingsschade woekert aan tot schande
die inwoners terecht doet knarsetanden:
hoe leef je in gestutte woningen?

Ik vrees dat Henkie Kamp pas wakker wordt
wanneer héél Groningen is ingestort!

Inge Boulonois

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Echo’s van Hamelen – of: een olijke fabel

Alles heeft een echo, alles – althans daar begint het
allemaal mee vandaag, deze degelijke fabel. Olijk

nietwaar? Nog lijkt er niets aan de hand daar
in dat verre land der lemmingen. Niemand die ergens

iets van zegt, dus de lemmingen verlustigen zich rustig
in de zon – biologisch allang weerlegd natuurlijk,

maar het klinkt verdomde lekker zo, die lanterfantende
lemmingen. Daar komt vanuit het blote niets

een lawaaipapegaai aangevlogen: type grote snavel,
kop met kuif (niet kaal – RvG), keurig in de veren.

Lemming – lemming, zegt hij en strijkt neer,
lemming – lemming, zegt hij weer. Hij heeft het maar

van horen zeggen, en doet conform zijn eigen ik
niets anders dan pro forma reproduceren van het laatste

bijgeleerde. En de lemmingen voelen zich lekker
aangesproken, roepen: meer – meer. Niet eerder was er

zo’n vogel die zoiets zo doeltreffend zei. Dus met
iedere lemming – lemming, komt er weer een lemming

bij. Lemma’s lemmingen drommen rondom de papegaai.
Eenparig, eendrachtig, eenvormig, eender, zoals

lemming en lemming eender zijn, en eendere genen eender.
Lawaaipapegaai, probeert er nog een die anders is;

een verspreking wellicht, of haperende lettergrepen.
Hij wordt terechtgewezen door de menigte, tot in het ravijn.

Lemming – lemming, klinkt het nog n-a-a-a-a. Het loopt uit
de hand. Hier helpt geen Fleming meer, geen Vlaming zelfs,

nochtans beterder (sic!) in taal. Er is geen woord hoger honing bij,
eerder kakofonieën langs de laagwei – gekloonde metaforen.

De lemmingen lemmen door als in een larmoyant koor,
terwijl de lawaaipapegaai lemmert tot het lemieren

van de dag. Dan is ook het woordenboek op. En op
vliegt de lawaaipapegaai en laat een mentale oplawaai

waaien over het leger nu compleet verweesde lemmingen.
Lemming, prevelt een lemming nog wat hees. En zet zich

enigszins bedremmeld in beweging. Een zelfgenererend
procédé, een processie zonder weerga, zodat de ene na

de andere lemming meebeweegt. Zij stamelen in eendere
stemming: lemming – lemming, en gaan hun voorganger na.

Rond het ravijn klinken de klanken nog verfijnder, daar
beneden horen zij talloze engelen lemming – lemming zingen.

De lemmingen dremmen door tot over de rand, verdrinken in
de opgeroepen deining van de zee, verminderen zienderogen.

En de lawaaipapegaai? Die doet niet meer mee, is allang
weer opgetogen van een volgend woord. Mensenkinderen!

Ruben van Gogh

Toelichting:
Gedicht uit Klein Oera Linda (Contact, 2006). Ruben van Gogh schreef het vóór 2003. Een tamelijk profetisch gedicht over de opkomst van het nieuwe populisme.