Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Schokkend

Een crime wat er gebeurt in Groningen!
De bevingsschade woekert aan tot schande
die inwoners terecht doet knarsetanden:
hoe leef je in gestutte woningen?

Ik vrees dat Henkie Kamp pas wakker wordt
wanneer héél Groningen is ingestort!

Inge Boulonois

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Echo’s van Hamelen – of: een olijke fabel

Alles heeft een echo, alles – althans daar begint het
allemaal mee vandaag, deze degelijke fabel. Olijk

nietwaar? Nog lijkt er niets aan de hand daar
in dat verre land der lemmingen. Niemand die ergens

iets van zegt, dus de lemmingen verlustigen zich rustig
in de zon – biologisch allang weerlegd natuurlijk,

maar het klinkt verdomde lekker zo, die lanterfantende
lemmingen. Daar komt vanuit het blote niets

een lawaaipapegaai aangevlogen: type grote snavel,
kop met kuif (niet kaal – RvG), keurig in de veren.

Lemming – lemming, zegt hij en strijkt neer,
lemming – lemming, zegt hij weer. Hij heeft het maar

van horen zeggen, en doet conform zijn eigen ik
niets anders dan pro forma reproduceren van het laatste

bijgeleerde. En de lemmingen voelen zich lekker
aangesproken, roepen: meer – meer. Niet eerder was er

zo’n vogel die zoiets zo doeltreffend zei. Dus met
iedere lemming – lemming, komt er weer een lemming

bij. Lemma’s lemmingen drommen rondom de papegaai.
Eenparig, eendrachtig, eenvormig, eender, zoals

lemming en lemming eender zijn, en eendere genen eender.
Lawaaipapegaai, probeert er nog een die anders is;

een verspreking wellicht, of haperende lettergrepen.
Hij wordt terechtgewezen door de menigte, tot in het ravijn.

Lemming – lemming, klinkt het nog n-a-a-a-a. Het loopt uit
de hand. Hier helpt geen Fleming meer, geen Vlaming zelfs,

nochtans beterder (sic!) in taal. Er is geen woord hoger honing bij,
eerder kakofonieën langs de laagwei – gekloonde metaforen.

De lemmingen lemmen door als in een larmoyant koor,
terwijl de lawaaipapegaai lemmert tot het lemieren

van de dag. Dan is ook het woordenboek op. En op
vliegt de lawaaipapegaai en laat een mentale oplawaai

waaien over het leger nu compleet verweesde lemmingen.
Lemming, prevelt een lemming nog wat hees. En zet zich

enigszins bedremmeld in beweging. Een zelfgenererend
procédé, een processie zonder weerga, zodat de ene na

de andere lemming meebeweegt. Zij stamelen in eendere
stemming: lemming – lemming, en gaan hun voorganger na.

Rond het ravijn klinken de klanken nog verfijnder, daar
beneden horen zij talloze engelen lemming – lemming zingen.

De lemmingen dremmen door tot over de rand, verdrinken in
de opgeroepen deining van de zee, verminderen zienderogen.

En de lawaaipapegaai? Die doet niet meer mee, is allang
weer opgetogen van een volgend woord. Mensenkinderen!

Ruben van Gogh

Toelichting:
Gedicht uit Klein Oera Linda (Contact, 2006). Ruben van Gogh schreef het vóór 2003. Een tamelijk profetisch gedicht over de opkomst van het nieuwe populisme.

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

‘Ik hou niet van Max Havelaar-gemauw’

Ik hou niet van Max Havelaar-gemauw,
dus fair-trade kan me zeer gestolen worden.
Ja, gooi die zooi maar in de Noorse fjorden.
Heel graag, want (Hopla!) weg ermee en gauw.

Die Tony’s Chocolonely is te flauw
voor woorden. Lekker eten op de borden
(desnoods gemaakt door arme slavenhorden)
wil ik! En verder kijk ik niet zo nauw.

Het sprookje van Saïdjah en Adinda,
kijk, dát verhaal dat scoort bij mij een plus.
Ik krijg me toch een flinke trek van jouw

en mijn koloniaal verleden (Pinda!).
Ik hou van eerlijke producten, dus
laatst kocht ik bij de slager een karbouw…

Bas Jongenelen

Tegen een bepaald slag mensen

Overlast (of: Krabben helpt niet)

Troeltje
ze zouden jou moeten
Watergolven
danwel
Blauwspoelen

jij synthetische
weegeurende
Badspons!

Vormloze parasitaire
plastic Zwam!

Jij schuimt uit je nek
met
goedkope badgel

Knijp in jou
en het haalt niks uit,
krijg hooguit kleffe vingers.

Voodoo werkt niet want ja,
spelden in een
spons…
(En wat kan doodgaan dat nooit geleefd heeft?)

Een klont wezenloze levensvormen,
haal jou door een keukenzeef en
je klontert weer aaneen.

een saaie vampier
die
haast niet te verwijderen blijkt
en,
zo ja,
dan enge ziektes nalaat en
allergieën.

Krabben helpt niet.

 

Petra Fenijn

Toelichting: uit de serie “Naargeestige gedichten over afgrijselijke creaturen”

Tegen dichter X

Voor Roodkapje

lief meisje, wees niet bang.
hij is al lang niet meer gevaarlijk
schijt alleen nog op zijn eigen vacht
is banger voor jou dan jij voor hem.

zijn schrompellid hangt lam
tussen zijn poten, in zijn bek
maalt een gebit van rubber
en zijn kloten, ach meisje
ach zijn kloten..

hij slaat nog om zich heen, dat wel
maar hij raakt enkel lucht
en met elke zucht
uit zijn schurftige lijf wordt hij
zwakker, zwakker, zwakker.

geloof me, uiteindelijk,
dempt hij slechts de beerput
die hij zelf ooit heeft gegraven.
verdrinkt hij, als een onbegrepen kalf.

Gijs ter Haar

Toelichting: Op 8 december 2016 plaatste Gijs ter Haar dit gedicht op zijn Facebookpagina, verwijzend naar dichter en blogger Pom Wolff. Dit leverde een FB-ban van 24 uur op. Op HekelVers heerst vrijheid van expressie en de redactie hoopt dat zo te houden.

Tegen landen, streken en hun bewoners

“O brij-moeras, o erf van overschoenen”

O brij-moeras, o erf van overschoenen,
o Bartje, Ketelbinkie, Frits van Egters,
o anonieme rietenmattenvlechters,
o Nederland, jij bent mijn kampioen en

zo lusten we er nog heus nog wel een paar:
o natte kranten, friet en frikandellen,
o oude Candy’s die mijn hart versnellen,
o spruitjes (heel tot snot gekookt zo gaar).

Nou, u begrijpt zo wel wat ik bedoel,
dit land is een en al gezelligheid,
het is hier alle dagen altijd zo’n

gezelli toffe leuke gave boel
van koeien, varkens, Brahman zonder meid,
van kikkers, baggerlui en moddergoôn.

Bas Jongenelen

Tegen landen, streken en hun bewoners

Abcoude-Noord

O, klotedorp, o ranzig kutgehucht
Verzameling van ex-provincialen
Dat steunt op grote bek en rotte palen
En ligt te meuren in gebakken lucht

Uw ego is voor ons een grote klucht
Geen wereldnieuws waarnaar wij allen talen
U denkt dat elke ruft de krant moet halen
En poept maar uit wat u niet walmend zucht

U staart u kwijlend blind, dat is de pest
Voorbij uw grenzen gonst het van het leven
En bent u op zijn minst niet echt geliefd

Is er iets hip vandaag, ja? Dat zal best
De grachtengordel zal weer soppend beven
Maar hou dat lekker voor u, alstublieft

Peter Knipmeijer