Tegen dichter X

Om Willem Kloos

Ik ween om bloemen in de knop
gebroken, ween om jonge sla,
(nog nattig in de groentela)
en ook om pinda’s in de dop.

Ik ween om een patiëntenstop,
een duif met pijn aan zijn cloa-
ca, om een sanseveria
die slap hangt i.p.v rechtop.

Ik ween om elke dode clown,
en om Polanski’s Chinatown.

Ik ween om liedjes in mineur,
om elke huilerige kleur.

Ik ween om mijn budgetlimiet.
Om Willem Kloos, nee, ween ik niet.

Bas Jongenelen

Toelichting: geschreven bij verschijning van deze biografie van Kloos. Voor de website van Bas Jongenelen, zie hier. In juni 2017 kwam het prachtboek 67 sonnetten van Bas Jongenelen uit. 

Tegen dichter X

Naar Cato: “overigens ben ik van mening dat…”

Er was eens een boer met een práchtalias
Die schreef hij op deur, glas, of op zijn lamellen
en, jammer, helaas, ging hij nooit aan het gas:
Bas Boekelo—één van zijn morsigste vellen
(zijn vrouw) geven wij ‘t pseudoniem ‘Lieve Ellen’.
Zij leefden als oudjes, maar zíj was nog kras
met tieten langwerpig als twee frikadellen,
dat past nu precies bij een kerel als Bas.

Want hij is bolrond en draagt brillendik glas
om slimmer te ogen—toch kan hij niet tellen
(dat heeft ooit zijn juffrouw gemerkt in de klas
nadat zij verzocht had om “schapen” te spellen).
En op ’t Vrije Vers is hij één der rebellen
(een snijboon gedijt immers ‘t best in een kas)
die zout- en talentloos met taal kokkerellen:
dat past nu precies bij een kerel als Bas.

Gaat hij naar hoeren, dan draagt hij geen jas,
maar hult mismaakt lijf in pyjama’s (flanellen),
daarin is het oudje het meest in zijn sas
ja, en in zijn zeug. Nee, zijn varkens, niet Ellen:
want háár vagijn doet zijn geslacht niet meer zwellen.
Soms ligt hij wat uitgeteld, lelijk in ’t gras
dan heeft hij cloaca’s van kipjes doen kwellen
dat past nu precies bij een kerel als Bas.

Oh, misbaksel uit weerzinwekkende cellen,
gij boertje wiens domheid nog nimmer genas,
een ui blijft een ui—je kunt urenlang pellen…
maar dit past precies bij een kerel als Bas.

Ditmar Bakker

 

Tegen dichter X

Noblesse Oblige

Een treurige prins me hol.
Laat me niet huilen, Jotie,
dat verdien je niet.

Ik wil niet zien waarom
je zo verdomde lelijk deed
of zeggen kon wat wij niet zeggen.

Waarom werd je nooit volwassen!
Al was het alleen maar
omdat wij dat ook moesten.

Ik houd van je talent
en haat je om dezelfde reden,
om wat je verdomde te zeggen.

Vader, kutjunk, geniaal,
stilstaan, knallen, geniaal,
geniaal, ja, nou weten we het wel.

Dood is dood, dode Jotie
en ik haat je om de tranen
die je verzen uit me slaan.

Benne van der Velde

Toelichting: inzending Jotie ’t Hooft-poezieprijs, editie 2014. ’t Hooft werd ook wel ‘de treurige prins’ genoemd.

 

Tegen dichter X

Slampamper

de nieuwe lichting dichters zijn zo fris
de ene slammer na de ander spuwt zijn spinsels
over wonen in een wijk of het eeuwige gebeier
van de stad die bijna altijd sliep
van jonge meisjesliefdes voor konijntjes
en die jongen die die keer bij haar bleef slapen
en gepocheerde eieren bereidde
en hoe de kalfjes geboren en de koeien geschoren
en van de stad die bijna altijd sliep
de nieuwe lichting dichters zijn zo lekker eigenwijs
acht mensen praten hier over
43 vind-ik-leuks wink-emoticon
jij won toch die slam of kwam je net na hem
ja hem vond ik ook heel goed
heb je niet de publieksprijs dan
wtf maar jij bent sowieso beter
jeweettoch kus voor jou
zie ik je vanavond in de stad
of moet je morgen werken
afgestudeerd aan academie en nu
magazijn- en buurtsuperpersoneel
overdag zie je niet dat ze wachten
maar reken maar van yes
jonge mensjes zeggen dingen
in steden die altijd zullen blijven slapen
op die avonden in volle lokalen
waar ze opbieden tegen zichzelf
fijne jongelui met echt nog karakter
belezen, gladgeschoren, met knot
en spijkershort voorbij hun navel
doordachte images dragend
de erudiete nieuwe klasse
in hun leven is bijna alles een grapje
die nieuwe lichting dichters zijn zo fris
als happen uit een granny smith appel

Mannes Visch

Tegen dichter X

Helemaal niets

Ik ken een man -half of minder- die lyrisch schrijft.
Of ik denk dat ik hem ken. Hij is
een held die taal ombuigt. Meandert
in somsbegrepen zinnen, als geen ander
dicht.

Hoe hij zijn witregels vult is prachtig
onbegrepen. Was ik hem maar
dacht ik lang.

Hij vindt wat van me. Soms
ben ik provinciaal, een jutezak
gevuld met stro en bier en zaagsel,

een holhoofd. Wellicht
de sneuste meest trieste figuur ooit,
moet ik sterven als sneue zak.

Been there, done that.

Waarom ben ik geen

Flinke Zoutwaterkrokodil?
Verdronken hert?
Zeldzaam zeehondje!?
Utrechtse Grafkist!
Zaadblunder?
Russische Hack?
Moddermicroob?
Laadpaalklever?
Hardnekkige Darmbacterie?
Langste hangbrug van Duitsland?
Gaar stukje pompoen?
Weggestroomde stront?
Siberische poort naar de hel?
Genderneutrale alien?
Opblaasbare drijfkont?
Badderbips?
Vis zonder gezicht?
Tamelijk onbekende slak?

Liever sterf ik als ‘kroket van de maand’,
want dood gaan we allemaal toch wel,
dan aan iets -dichteronwaardigs-
als kankerkop.

Peter Knipmeijer

Toelichting: 

bijgedicht-peterk
24 mei 2017
Tegen dichter X

Sonnet, aan den dichter J. van S.

Zo’n dichter doet mij door gedichten braken,
want waren ’t vruchten (pats! Een metafoor!)
dan noemde ik zijn hele fruitmand goor;
natuurlijk zoet zal dit sonnet weer smaken.

Neen, dat heeft met de inhoud niets te maken,
het gaat hier louter om het rijmen: hoor
je niet hoe ik in deze regels voor
prozaïsch toonloos kwaken weet te waken?

Ben jij nu zelf één van die snode snaken
die kreet op onberijmde kreet laat slaken
zodat je werk abject is aan het oor?

Behartig dan eens ongeschreven zaken,
of schreeuw vocaal je liefdes van de daken,
maar dicht om muzeswil niet langer door.

Ditmar D. Bakker

Tegen dichter X

Voor Roodkapje

lief meisje, wees niet bang.
hij is al lang niet meer gevaarlijk
schijt alleen nog op zijn eigen vacht
is banger voor jou dan jij voor hem.

zijn schrompellid hangt lam
tussen zijn poten, in zijn bek
maalt een gebit van rubber
en zijn kloten, ach meisje
ach zijn kloten..

hij slaat nog om zich heen, dat wel
maar hij raakt enkel lucht
en met elke zucht
uit zijn schurftige lijf wordt hij
zwakker, zwakker, zwakker.

geloof me, uiteindelijk,
dempt hij slechts de beerput
die hij zelf ooit heeft gegraven.
verdrinkt hij, als een onbegrepen kalf.

Gijs ter Haar

Toelichting: Op 8 december 2016 plaatste Gijs ter Haar dit gedicht op zijn Facebookpagina, verwijzend naar dichter en blogger Pom Wolff. Dit leverde een FB-ban van 24 uur op. Op HekelVers heerst vrijheid van expressie en de redactie hoopt dat zo te houden.

Tegen dichter X

Lome zwingen

Soms heb ik last van drift en blinde haat,
bijvoorbeeld na het lezen van Jacques Perk.
Dat is geen poëzie maar Duivelswerk,
nefastisch en niet zuiver op de graat

Het is geen dichten, maar verdacht geblaat,
een duister vloeken in een lege kerk
Te kort voor mooi, te lang voor op een zerk,
een soort van Willem Kloos in het kwadraat.

Voor mij is al één regel lang genoeg,
zo zweverig, pedant en zo banaal.
Ik tracht zijn verzen steevast te verdringen.

Ik troost me met een biertje in de kroeg
en denk als ik de rekening betaal:
de lauwe wind zweeft aan op lome zwingen.

Peter Knipmeijer

Toelichting: Jacques Perk schreef de sonnettenkrans Mathilde, die de opmaat vormde voor de Beweging van Tachtig. Overleed in 1881 op 22-jarige leeftijd.

Tegen dichter X

Valse noot

voor Daniël Dee

Eén februari tweeduizend zeven,
gepland als de start van de Valse Noot.
De druk op de vier redacteuren was groot:
een weekje te voren, dan zouden ze even

bijeenkomen, voor een soort eerste selectie
en afstemming over wat goed was en fout.
Want hekel- en schimpdichten is al een oud
en beproefd procédé, en dat vraagt om reflectie.

Om twee uur op zaterdag stonden ze klaar:
Benne en Oswald met pen en papieren,
De Roode met crackertjes, koekjes, en bieren,
het huis aan de kant; het moment was daar!

Maar hoe men ook plant, de waarheid is hard:
dichters zijn vals en vaak niet te vertrouwen
ze zuipen zich klem en doen Dingen met vrouwen;
dus de Valse Noot kreeg een valse start.

Want Dee dee nie mee! Hij was niet te bereiken,
liet niets van zich horen. Zelfs niet per mail.
Een kater, een druiper, een cel, een bordeel?
Zat hij met schulden, problemen of lijken?

Jij drankorgel, feestvierder, liet je Gods water
weer al te gul vloeien, al over Gods akker?
Stond er een naald in je arm, toen je wakker
werd zondag, of maandag, of dinsdag, nog later?

Jij dagdief, jij lijntrekker, leegloper, dwaallicht,
jij slampamper, straatslijper, boemelaar, losbol,
jij dichter, maleier, jij hosselaar, flapdrol,
jij drukker, je krijgt ‘m: ons allereerste schimpdicht.

Je collega’s

Door Alexis de Roode