Tegen een bepaald slag mensen

Overlast (of: Krabben helpt niet)

Troeltje
ze zouden jou moeten
Watergolven
danwel
Blauwspoelen

jij synthetische
weegeurende
Badspons!

Vormloze parasitaire
plastic Zwam!

Jij schuimt uit je nek
met
goedkope badgel

Knijp in jou
en het haalt niks uit,
krijg hooguit kleffe vingers.

Voodoo werkt niet want ja,
spelden in een
spons…
(En wat kan doodgaan dat nooit geleefd heeft?)

Een klont wezenloze levensvormen,
haal jou door een keukenzeef en
je klontert weer aaneen.

een saaie vampier
die
haast niet te verwijderen blijkt
en,
zo ja,
dan enge ziektes nalaat en
allergieën.

Krabben helpt niet.

 

Petra Fenijn

Toelichting: uit de serie “Naargeestige gedichten over afgrijselijke creaturen”

Tegen een bepaald slag mensen

Twee rondelen van Anthonis de Roovere

De stille zeugen eten goed hun draf
Al zie je de mensen, je kent ze niet
Er is geen koren zonder kaf
De stille zeugen eten goed hun draf
Men prijst de gaven van wie nimmer gaf
Da’s iets wat je nu overal ziet
De stille zeugen eet goed hun draf
Al zie je de mensen, je kent ze niet.

Wie ’t in de wereld nu wil flikken
Die moet doortrapt zijn als een fiets
En overal hoge hielen likken
Wie ’t in de wereld nu wil flikken
Huichelen als hij die God liet stikken
Want anders loop je rond met niets
Wie ’t in de wereld nu wil flikken
Die moet doortrapt zijn als een fiets.

Toelichting: voor zover wij weten zijn dit twee van de eerste hekeldichten uit de Nederlandse literatuur, uit een serie van vier rondelen door Anthonis de Roovere. Ze zijn hier gegeven in vrije vertaling. De originele teksten volgen hieronder:

Sluymende zueghen eten wel haer draf
Al sietmen de lieden men kentse niet
Ten is gheen coorne sonder caf
Sluymende zueghen eten wel haer draf
Het heet sulc milde die noydt en gaf
By desen veel tsghelijcx gheschiet
Sluymende zueghen eten wel haer draf
Al sietmen de lieden men kentse niet.

Die nu ter wereldt sal bedien
Die moet duersteict zijn als een iacke
Alomme moet hy hoocheydt dien
Die nu ter wereldt sal bedien
Onnoosel als die Godt verrien
Oft anders gaet hy metten sacke
Die nu ter wereldt sal bedien
Die moet duersteict zijn als een iacke.

Tegen een bepaald slag mensen

Voetbal-hymne

O Spel, dat hoofd en hart der knapen vult,
Die dagelijks ’t gedaas der krant verslinden,
In hartstocht, die geen smaak voor ’t hoog’re duldt,
Dat mensen beesten maakt, en zienden blinden –

Hoort, hoe het plebs uit rauwe kelen brult,
Terwijl het aan ’t afzichtlijk schouwspel smult,
Als daar een horde woestaards en ontzinden
In ’t schunnig schopwerk vuile vreugde vinden…

Ziet, hoe des lichaams schoonste lijn zich kronkelt,
De pees zich opbolt als een boos gezwel,
Wijl ’t oog van een onheil’gen vuurgloed fonkelt…

Ja, duizendwerf vervloekt zij ’t voetbalspel,
Waarbij bedrogen wordt, gewed, gekonkeld…
Voort! vuige voetbalbende – vaar ter hel!

Charivarius (1870-1946)

Toelichting: met dank aan Laurens Jz. Coster

Tegen een bepaald slag mensen

Beursgenoteerd flagellantisme

Eerst stonden we in het rood bij God.
Nu staan we in het rood bij de bankiers.
Hoe dan ook: het bloed vloeit
terwijl ik toch onschuldig ter wereld kwam.

Ik zou ze graag een corrigerende tik verkopen
maar om aan het marktdenken te ontkomen
mogen ze die knal ook gratis incasseren.

Zelfs de poëzie is van het klatergoud doordrenkt
devaluerend en gekrenkt (schuilend in het peloton)
denkend in termen van gilde. Alsof wij vakbroeders zijn.

Ik heet dit maar de jongste dag en klap het kasboek dicht.

Sla zacht. Sla ze zacht.

 Reiner de Rooie

Tegen een bepaald slag mensen

Hekeldicht op een hekelaar

Dat woord alleen al: hekelaar.
Het steekt net als een mene tekel.
Aan niets heb ik zo’n pokkenhekel
dan aan een gisper, zeveraar.

Hij teert slechts op wat anderen doen.
Die fielterige parasiet
is erger dan een persmuskiet:
zijn levensgal kent geen fatsoen.

Geboren als een aterling
werd hij een volbloed querulant.
Zijn ongenuanceerd verstand
wil enkel zelfbevrediging

waardoor alleen hijzelf geniet.
Zo blijft hij groot, die zielenpiet –

Inge Boulonois