Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Vrijheid

Vrijheid, o opgerekt, uitgelubberd woord,
uitgetrokken tot een flinterdun vlies
over ijskoude Hollandse luchten,

woekerend woord in dit steenrijk land
waar de mensen vet van vrijheid zijn,
vrijheid van vrije markt en vrije jongens,

vrijheid om door de brievenbus te pissen,
vrijheid om een kopstootje uit te delen,
vrijheid om je zwangere vrouw in elkaar te slaan,
vrijheid om pubermeisjes te verleiden,
vrijheid om kinderen in een cel op te sluiten,

o vrijheid, ploertendoder van Kapitein Krijsbek
in het land van angst, vrijbrief van de haat,
moordenaar van gelijkheid en broederschap,

claim je Franse naam terug, kruip uit de monden van de ratten,
en verhef je weer hoog aan de hemel,
schijn op alle mensen, verwarm dit bange land.

Alexis de Roode

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

van het spiegeltje en de kraaltjes

mi gudu knipt de kousenband en klakt
met haar zachtroze tong: bakra
jij moet werken!
mi toli strekt zich loom in de nazon
ik temper de verwachting en sommeer:
eerst kanen kreng!

we hadden ze mooi tuk daar in die negorij
tot ome Sam kwam en zei: zo werkt dat niet
in mijn van God gegeven heerschappij
staat het de slaaf vrij
zijn eigen ketenen te fabriceren
en met een trots gebaar
rondom de eigen nek te deponeren
in een vernuftig spel van vraag
en aanbod en van flessentrekkerij…
de opbrengst is dan uiteraard voor mij

mi gudu kijkt mij aan en zwijgt
als een berg die niet naar Mohammed gaat komen
mi toli trekt zich terug in larmoyante dromen
ik veeg wat kruimels van het kleed
en jas de piepers en ik zweet

Reinier de Rooie

Toelichting (van de redactie): 
Een wat complexer hekeldicht waarin het neokolonialisme wordt gehekeld, evenals de ik-persoon.
mi gudu – mijn schatje
bakra – blanke, hollander
mi toli – mijn leuter

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Ontsluierd

woestijnkind werp je zwarte sluier af
vergeet de gesel van de jonge jaren
een bries beroert je vrijgevochten haren
er is geen god, er volgt geen zware straf

trek haastig al je warme kleren uit
en laat de zon de naakte huid beschijnen
de schaamte zal bij toverslag verdwijnen
je bent een vrije vrouw, geen slaafse bruid

je geest is los, je heupen staan in brand
de hoogste tijd het lichaam neer te vlijen
je vingers vinden zinderende dijen
je geeft de fantasie de vrije hand

bloei open in je nieuwe vaderland
het is geen zonde met de zon te vrijen

 Daan de Ligt

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Alarmisten

Och bevende alarmisten,
Och pruiken, podagristen,
Och ouwe–wijven–kliek,
Och nare leuterkousen,
Och bankroetiers en smousen,
Je malen maakt me ziek.

Je duffe conversatie
Is éne lamentatie,
En nergens zie je licht;
Je snatert en je stottert,
Je steunt en stikt en stottert….
’t Is wat een vies gezicht!

Gedaalde metallieken,
Failliete republieken,
D’ effectenhoek vol vrees;
De kooplui in perikel,
Heel de aard op een karikel,
De wereld op de sjees!

Het mensdom op zijn endje,
Veel kinderen en – geen centje
Verdiensten op ’t kantoor:
De hele boel in ’t honderd,
En half Euroop geplonderd –
Dat ’s alles wat ik hoor!

Wie naar je praat wil luisteren,
Die ziet de zon verduisteren,
Die weet niet, wat hij ziet,
En zou zijn mooiste zaken
Terstond aan kant gaan maken,
Of stuurt ze recht – in ’t riet!

Die zou zich dood gaan kniezen,
En al zijn geld verliezen
Uit zuinigheid alleen;
Die laat zijn kroost verhongeren,
En foetert op de jongeren,
Die spotten op hem heen!

Die ziet, owaai! de Fransen
Al in zijn keuken dansen,
De meid tot déjeuné;
Die ’s nergens op zijn aise,
Die hoort een Marseillaise
In ’t lied van Isabé!

Die ziet in al zijn zonen
Al tijger–aardjes wonen
En kleine Louis Blanc’s:
Die ’s bang voor Balinezen,
Die durft geen krant meer lezen,
Maar kijkt er rillend langs!

Met al die bange wezels,
Die kwezels en die ezels,
Wie drommel, weet er raad?
Al trekken zich die Joppen
De haren uit hun koppen,
Ik weet niet of het baat!

Maar handen uit de mouwen,
Couragie en vertrouwen
En wat gezond verstand!
De mens leeft om te hopen…
En ’t zal zo’n vaart niet lopen:
’t Leit immers op zijn kant?

Ook ik beken het gaarn:
Wat onze tijden baren
Is ver van amusant,
’t Is vreselijk en ’t is ijselijk,
’t Is schriklijk en afgrijselijk…
En ik heb ook het land!

Maar ’t ergst van alle plagen,
Zijn toch in onze dagen
Die kennissen van Job!
Het zijn je die meneren,
Die steeds jeremiëren,
Die altijd lamenteren,
Die ’t weinigs goeds negeren
En eeuwig redeneren
Als kippen zonder kop!

P.A. de Génestet (1829 – 1861)

De Genestet was een protestantse (remonstrantse) dominee. Hij schreef dit hekeldicht tegen angstzaaiers in 1848, toen een revolutionaire wind door Europa waaide en overal achtergestelde burgers hun rechten opeisten en aandrongen op liberalisatie en inperking van de oude macht. In veel landen kwam het tot onlusten, ook in Nederland, maar hier minder dan bijvoorbeeld in Frankrijk. De Genestet hekelt de angsthazen, die bang zijn hun rijkdom en privileges te verliezen en angst aanwakkeren onder hun medeburgers. Hij schaart zichzelf overigens aan de kant van conservatieven, vindt de onrust ook maar niets, maar hij denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. In Nederland bleef het uiteindelijk rustig, want in reactie op de onlusten voerde Thorbecke een nieuwe grondwet in, waarin de macht van koning Willem II werd ingeperkt, de burgerrechten werden uitgebreid en de joden en katholieken, die achtergesteld waren gebleven, definitief werden gelijkgeschakeld aan protestanten. Opvallend genoeg hekelt De Genestet in zijn gedicht specifiek de angsthazen onder de katholieken (kwezels) en de joden (kennissen van Job).

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Op de jongste Hollandse transformatie

Gommer en Armijn te hoof
Dongen om het recht geloof

ieders ingebracht bescheid
In de weegschaal werd geleid

Doctor Gommer, arme knecht
Had het in ’t eerste slecht

Mits de schrandere Armijn
Tegen Bezam en Calvijn

Lei de rok van d’Advokaat
En de kussens van de Raad,

En het brein dat geenszins scheen
IJdel van gezonde re’en.

Brieven die vermelden plat
’t heilig-recht van elke stad.

Gommer zag vast hier-en-ginds
Tot zo lang mijnheer de Prins

Gommers zijde die boven hing,
Troostte met zijn stalen kling

Die zo zwaar was van gewicht,
Dat al ’t ander viel te licht.

Toen aanbad elk Gommers pop
En Armijn die kreeg de schop.

 Joost van den Vondel

Toelichting: dit spotgedicht beschrijft hoe een strijd in het Binnenhof tussen remonstranten (Armijn) en contraremonstranten (Gommers) door het zwaard van Prins Maurits in het voordeel van de contraremonstranten werd beslist, doordat Prins Maurits met geweld dreigde. Maurits wierp zijn zwaard in de schaal, zodat de balans doorsloeg naar het zwaard ipv de verstandige argumenten van Armijn. Vondel stond aan de kant van de Arminianen/remonstranten, protestanten met een vrijere interpretatie van de Bijbel die geloofden dat de mens met zijn vrije wil keuzes kan maken die bepalen of hij naar de hemel gaat of niet. De Gomaristen/contraremonstranten waren calvinisten met een nauwe interpretatie van de bijbel die geloofden in predestinatie: God heeft van te voren al bepaald wie wel of niet naar de hemel gaat en de mens kan daar geen redelijke inschatting over maken. Later werd Vondel overigens katholiek.

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Geef mij een vliegtuig

Geef mij een vliegtuig of twee doorborend het
symbolisch hart van mijn geleaste vesting en ik
geef u camera’s, killer cops en een duim op
de fontanel van al uw kinderrijke dromen.

Neem de eenvoud van een lucifer, neem papier –
zeg een dollar of wat. Koolstof kan geen kwaad
en het brood dat u eet zal zoeter smaken dan
het zout in het zweet uws aanschijns.

Wie languit ligt op de chaise longue van de macht
vergaat van een honger die zich nooit meer met zog
laat stillen en cynisme werd het credo van de kunst.

Een stortvloed aan tranen holt ondertussen de steen uit.
Zolang de steen er nog is. En dan het hemelwater
vallend en vallend in een oeverloos meer.

Reinier de Rooie

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Handleiding voor de oplossing van het vluchtelingenprobleem

Te ondernemen stappen om
niet meer
hier te hoeven zijn

Voor een zorgeloze toekomst
in verband met
het ontbreken daarvan

Volg hier de stapsgewijze
aanwijzingen voor
de bevrijding van het lichaam

Helder uiteengezet
alhier de vragen
die onbeantwoord blijven:

Hoe lang nog en
waarheen dan en
wie is verantwoordelijk?

Mooier kunnen we het
niet maken
Onzichtbaarder wel

Men neme een
ruimte van niet meer dan
tien vierkante meter

Doe de deur op slot
Hou het raam dicht en
bewaak alle uitgangen

Overhandig verscheurbare lakens
Geef toegang tot
goed bevestigde douchekop

Verleen toegang tot
de angst en een stoel
De vreemdeling hangt zich zelf op

Nu zijn al diens problemen
opgelost en vooral ook:
Die van onze onuitvoerbaarheid

Joke Kaviaar, 16 juni 2015 
‘Geschreven n.a.v. zoveelste zelfmoord in een grensgevangenis – (DC Rotterdam)’

Toelichting: Joke Kaviaar is de enige dichter/schrijver die, zover wij weten, na WOII is veroordeeld omwille van haar teksten. Niet de hekeldichten, maar haar betogend proza.

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Erdogan, Erdogan

Vandaag publiceerde De Volkskrant een ingezonden brief van cabaretier Theo Maassen, een prachtig hekeldicht, vermomd als ode. Tikje subtieler dan Böhmermann:

Erdogan, Erdogan,
wat is dat toch een leuke man
wat is dat toch een fijne vent
die Turkse president

hij is innemend, sympathiek
kan tegen grapjes en kritiek
zo bescheiden en charmant
wat zou ik trots zijn op zo’n land

hij ruikt heerlijk, altijd schoon
zo bijzonder, zo gewoon
hij is nobel, wijs en lief
welbespraakt en sensitief

op dieren is de man verzot
van het schaap tot de marmot
geitjes aaien maakt hem blij
maar daar blijft het dan ook bij

een voorbeeld voor elke man
dat is Recep Tayyip Erdogan
zelfs van buiten is hij mooi
elke porie, elke plooi

zijn kaaklijn, ogen, zijn gebit
zijn haar dat altijd prachtig zit
perfect de glooiing van zijn wang
alleen zijn arm is nogal lang…

Theo Maassen

Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Smaadkritiek

Een maffe, laffe, benepen man,
dat is president Erdogan.
Bij die stank van döner rond z’n ding
is een varkensruft verbetering.

Hij is de man die meisjes slaat,

met bemaskerd rubberen gelaat,
Maar ’t liefst wat hij doet is geiten fucken

en minderheden onderdrukken,

Koerden schoppen, christenen hakken,
daarbij wat kinderporno pakken.
En zelfs ’s nachts wil hij niet slapen,
maar fellatio met honderd schapen.

Ja, Erdogan is, honderd procent
een kleingeschapen president.
Ze fluisteren, al zijn landgenoten:
dat domme zwijn heeft rimpelkloten.

Van Istanboel tot Ankara
weet ieder: hij is hopsasa,
gestoord, pervers en zoöfiel,
Recep Fritzl Priklopil.

Zijn kop is leger dan zijn ballen, 
elk gangbangfeest zie je hem knallen
tot hij nauwelijks nog pissen kan.
Dat is President Recep Erdogan.

Jan Böhmermann
Het origineel staat hier. Vertaling door redactie De Valse Noot: Alexis de Roode, Daniël Dee, Benne van der Velde, met een tip van Akim A.J. Willems.
Toelichting: op 17 mei 2016 verbood de Duitse rechter de cabaretier Jan Böhmermann om bepaalde delen uit zijn hekeldicht tegen Erdogan in de toekomst nog voor te lezen, specifiek de seksueel getinte onderdelen. We hebben de betreffende delen in deze vertaling alvast doorgestreept. De laatste keer dat een gedicht in Nederland of Duitsland werd verboden was, zover wij weten, in de periode ’40-’45, eveneens door een Duitse rechter.
Tegen politieke en maatschappelijke toestanden

Schmähkritik

Sackdoof, feige und verklemmt,
ist Erdogan, der Präsident.
Sein Gelöt stinkt schlimm nach Döner,
selbst ein Schweinefurz riecht schöner.

Er ist der Mann, der Mädchen schlägt
und dabei Gummimasken trägt.
Am liebsten mag er Ziegen ficken
und Minderheiten unterdrücken,

Kurden treten, Christen hauen
und dabei Kinderpornos schauen.
Und selbst abends heißts statt schlafen,
Fellatio mit hundert Schafen.

Ja, Erdogan ist voll und ganz,
ein Präsident mit kleinem Schwanz.
Jeden Türken hört man flöten,
die dumme Sau hat Schrumpelklöten.

Von Ankara bis Istanbul
weiß jeder, dieser Mann ist schwul,
pervers, verlaust und zoophil –
Recep Fritzl Priklopil.

Sein Kopf so leer wie seine Eier,
der Star auf jeder Gangbang-Feier.
Bis der Schwanz beim Pinkeln brennt,
das ist Recep Erdogan, der türkische Präsident.

Jan Böhmermann

Toelichting: op 18 mei 2016 zijn delen van dit hekeldicht van Jan Böhmermann tegen de Turkse president Recep Erdogan verboden door de Duitse rechtbank. Het is inderdaad geen best gedicht, maar verbieden gaat wel erg ver, vinden wij. Böhmermanns advocaat heeft aan de advocaten van Erdogan laten weten dat het gedicht verkeerd is begrepen: het is geen losstaand gedicht over Erdogan maar maakt duidelijk wat in Duitsland aan satire geoorloofd is en wat niet.